|
|
Zweden heeft zich de laatste honderd jaar ontwikkeld van een
betrekkelijk arm agrarisch land tot een moderne geïndustrialiseerde
samenleving. Zweden is nu een van de welvarendste landen ter wereld, met
hoge inkomens en goede sociale zekerheden.
Zweden heeft een vrijemarkteconomie waarin het particuliere
bedrijfsleven de grootste rol speelt. Bijna 90% van de bedrijven is in
particuliere handen. De staat neemt door middel van enkele
staatsbedrijven en deelname in het kapitaal van een aantal particuliere
ondernemingen aan het economisch leven deel. Met name na de Tweede
Wereldoorlog, waaruit Zweden door zijn neutraliteit met een ongeschonden
productieapparaat te voorschijn kwam, heeft de economie een snelle groei
doorgemaakt. Dit betekende tegelijkertijd een ingrijpende verandering
van de sociale structuur. Zo moesten om aan de grote vraag naar
arbeidskrachten te voldoen op grote schaal buitenlanders worden
aangetrokken.
De economische crisis trof in de jaren tachtig ook Zweden. Het leidde tot
een stijgende inflatie,een groeiend begrotingstekort, devaluaties van de
Kroon en een groeiende arbeidsonrust ondanks een laag
werkloosheidscijfer (gemiddeld tussen de 1 en 3%) Een ander probleem was
de voortdurende groei van de overheidsuitgaven, vooral voor sociale
voorzieningen. In 1991 lanceerde een burgerlijke minderheidsregering
onder leiding van Carl Bildt een rigoreus bezuinigingsbeleid met
belastingverlagingen en inkrimping van overheidsuitgaven.
|
 |