Zweden
Bergen

 

Op de grens met Noorwegen ligt een grote bergketen, deze heet het Scandinavisch Hoogland. Deze bergen zijn gevormd tijdens de ijstijd. De hoogste bergtoppen van Zweden zijn: Kebnekajse; 2123 meter, Sarektjåkko; 2090 meter, Pårtekajse; 2102 meter, Akavare; 2013 meter, en Sulitjelma; 1914 meter, deze liggen voornamelijk in het noordwesten.
Vanuit deze bergketen stromen een groot aantal rivieren rechtstreeks naar de Botnische Golf en de Oostzee.

  De uiteindelijke vormgeving van het landschap van Zweden kwam tot stand door de ijstijden. De landijsbedekking had een dikte van 2000 tot 4000 m en bedekte het hele land. Door het schuivende ijs werd de bodem gepolijst, het land werd afgevlakt, enkele hardere knobbels werden afgeslepen tot zgn. bultrotsen. Daarnaast vond afzetting van morenemateriaal plaats. Onder het ijs werden kilometers lange en soms 100 m hoge, uit zand en grind bestaande heuvelruggen gevormd. Na het wegvallen van de grote druk van het landijs volgde een langzame opheffing van het land. Hierdoor werden oude kustlijnen sterk opgetilt. Ook nu nog vindt er opheffing plaats, welke in het noorden 100 cm per eeuw bedraagt en bij Stockholm 45 cm, terwijl aan de zuidkust geen opheffing meer meetbaar is. De Zweedse kust bestaat daardoor uit duizenden kleine eilandjes en rotspunten, die net boven water uitsteken. Deze scheren zijn aan de westkust vrijwel geheel kaal, maar langs de oostkust meestal bebost.
 

Kebnekajse berg.

 
 

<< terug naar leerlingen pagina