Flora

           
Home Vlag Geschiedenis Ligging Steden Bevolking
Staatsvorm Economie Wateren Bergen Flora Fauna
 

Gezien de enorme oppervlakte van het land is de flora van Canada relatief arm: 7000 à 7500 soorten vaatplanten op ca. 9.960.000 km2 en in de relatief rijke provincie Québec toch nog maar 2200 soorten op 1.480.000 km. Ter vergelijking: Frankrijk heeft 3900 soorten, Spanje 4500 soorten, en beide op maar ca. 540.000 km2. Dit komt door het strenge klimaat en de gelijkmatige natuurlijke gesteldheid. De noordelijke helft van Canada wordt ingenomen door vrijwel boomvrije toendravegetaties. Op de toendra heerst de permafrost, waarop alleen de allersterkste flora groeit, zoals korstmossen en zeer taaie bloem- en grassoorten. Deze reiken aan de oost- en aan de westkust tot ver naar het zuiden; zo ligt Zuidoost-Labrador, op de breedte van Engeland, nog ten noorden van de boomgrens; daarentegen reikt het woud in het continentale midden tot boven de poolcirkel. De arctische vegetatie is zeker niet eentonig en soortenarm. Vooral in het noorden en verder in droog en continentaal klimaat en op kalkbodem overweegt een fjeld van veel kleurig bloeiende planten; in de zuidelijke Arctis overwegen dwergstruikheiden en in o.a. beschutte kloven vindt men bosjes van berkensoorten.
Praktisch de gehele zuidelijke helft van Canada bestaat uit boreale naaldwouden met dennen, sparren en levensbomen. Grote uitgestrekte wouden gaan geleidelijk over in veenmosvenen, die zich van Europese hoogvenen onder meer onderscheiden door een struiketage van voornamelijk heidesoorten, meestal 'Indian tea' genaamd.


 

Afwijkend van dit patroon zijn het westelijk kustgebied en het zuidoosten. In het westelijke kustgebied komen, in aansluiting op dezelfde vegetatie in de Verenigde Staten van Amerika, tot 100 m hoge wouden van de spar Picea sitchensis voor en, hoger op de bergen, de alaskaceder (Chamaecyparis nootkatensis). In het relatief warme zuidoosten, bij de Grote Meren en de St. Lawrence, komen via een brede zone met naald- en loofbomen, ook echte loofwouden voor. Bijzonder is dat hier naast veel boreale soorten, ook veel vooral uit de tropen bekende geslachten voorkomen, zoals de zwepenboom en gierst. Het soortenrijkste woudtype, op de rijkste gronden groeiend, is het beech-mapleforest met beuken en de witte esdoorn of maple, sterk lijkend op de Europese eikenhaagbeukenbossen. Op armere en drogere grond groeien Amerikaanse eiken, op vochtiger en vruchtbare gronden essenwouden. Beroemd zijn de Zuid-Canadese wouden vooral om hun prachtige herfstkleuren, de ‘Indian Summer’. Waar deze bossen gerooid zijn ontstonden heggenlandschappen, waarin gedurende de laatste eeuwen de meidoorn steeds vaker voorkomt.

<< terug naar OPDC startpagina