index vlag geschiedenis ligging steden bevolking
staatsvorm economie wateren bergen flora fauna

Fauna

Het aantal diersoorten is klein. Dieren uit Chili zijn de lama, de alpaca, de vicuna (een soort 80 cm hoge lama), de guanacon, de poema, de Andeswolf, de huemal (een soort groot hert), de pudu (een klein hert) en de chinchilla.
De lama had voor de Inca's een religieuze waarde. Alles van het dier werd gebruikt, voor de voeding, het maken van sieraden en kleding en zelfs voor de taquias, de uitwerpselen die als meststof of verbrandingsproduct dienden.
In het begin van deze eeuw was de lama bijna uitgestorven nadat de Spanjaarden er een lastdier hadden van gemaakt voor de uitbating van hun mijnen.
De lama leeft nu in afgelegen gebieden.
Het aantal vogelsoorten is ietwat uitgebreider, maar kleiner dan in de overige Zuidamerikaanse landen.
Vooral de grote vogels uit de andere buurstaten ontbreken hier. Hier vindt men de nandu, een soort kleinere struisvogel en de condor (cuntur of manqué in het Indiaans.
Chili telt ook heel weinig zoetwatervissen in zijn rivieren en meren. De enige uitzondering vorm de forel, die werd geïmporteerd uit Noord-Amerika.
Voor visliefhebbers weze het een troost: de kustwateren bieden een meer dan voldoende keuze en hoeveelheden. Chili is dan ook één van de grootste visnaties van het Zuidamerikaanse continent.
Veel gevangen worden de sardines, makreel, ansjovis, stokvis en kreeft

 

 

<< terug naar startpagina OPDC