|
|
| Inleiding |
|
Een veel gehoorde klacht van leerkrachten is tegenwoordig, dat de kinderen steeds meer moeite hebben met zich goed te concentreren. Gezien de toename van leerlingen met problemen en ook gezien het feit dat deze klacht zeer algemeen geuit wordt, moet die toch serieus genomen worden. "Kunnen de kinderen van tegenwoordig zich minder goed concentreren?" Voor deze vraag te beantwoorden zal in deze pagina worden ingegaan op wat nu precies concentratie, concentratiemoeilijkheden en concentratiestoornissen zijn. |
| Wat is concentratie? |
|
Concentratie geeft aan hoe lang en hoe intensief iemand
zijn aandacht op iets kan vestigen. Bij
concentratie wordt een relatie gelegd tussen de aandacht en de leerstof.
Het kind wil bepaalde leerstof tot zich nemen en daarvoor moet het wel zijn aandacht op die leerstof richten en vasthouden tot het die leerstof in zich opgenomen heeft. |
| Soorten concentratie |
|
Wanneer een kind een taak moet gaan uitvoeren zal het
zich dus op die taak moeten concentreren. Voor elke taak heeft een kind
een ander soort concentratie nodig.
Bij het aanvankelijk lezen is het belangrijk dat de leerling let op kleine verschillen bij de tekens, terwijl een dergelijke vorm van concentratie bij begrijpend lezen leidt tot zeer moeizame prestaties. Zo heeft van Neer in zijn boek "Concentratie op school" verschillende vormen van concentratie onderscheiden:
Elke taak doet een beroep op een of meer vormen van concentratie. Een kind dat op een gewone manier gestimuleerd is, heeft spelenderwijs alle vormen van concentratie ontwikkeld. Al naar gelang de eisen van de taak, schakelt het kind vanzelf over op de goede vorm van concentratie. Nu is er sprake van concentratiemoeilijkheden als de leerling voor een bepaalde taak een verkeerde concentratievorm aanwendt. Het kan zijn dat de leerling de goede vorm niet ontwikkeld heeft of om een bepaalde reden de goede vorm niet kan gebruiken. Het is wel zo dat bepaalde vormen van concentratie bij een kind beter ontwikkeld zijn dan andere vormen. Elk kind heeft een bepaalde voorkeur voor vormen van concentratie. Het uitvoeren van een taak, die past bij het kind, kost weinig energie. De voorkeur die een kind heeft wordt cognitieve stijl of leerstijl genoemd. Wanneer een leerling een taak moet uitvoeren die niet past bij zijn cognitieve leerstijl, zal zijn concentratievermogen eerder op zijn. De leerling zal dan meer fouten of minder werk gaan maken. |
| Concentratiemoeilijkheden |
|
Er is sprake van concentratiemoeilijkheden indien de
leerling zijn aandacht niet goed, niet lang of niet intensief genoeg op
een bepaalde prikkel kan richten. Daarbij wordt
onderscheid gemaakt tussen concentratiebelemmeringen en
concentratiestoornissen.
Bij concentratiebelemmeringen is bij het kind de voor de taak geschikte concentratie ontwikkeld, maar om wat voor reden dan ook is hij niet in staat die vorm van concentratie aan te wenden. Bij concentratiestoornissen is de voor die taak benodigde vorm van concentratie niet goed ontwikkeld. De leerling gebruikt een voor die taak verkeerde vorm van concentratie. Hij kan niet omschakelen naar de goede vorm van concentratie. |
| Concentratiebelemmeringen |
|
Voordat men de diagnose concentratiestoornissen kan
stellen, zal de leerkracht eerst moeten nagaan of er sprake is van
concentratiebelemmeringen.
Hij moet op zoek naar factoren die de concentratie van het kind negatief beïnvloeden. De factoren kunnen liggen bij:
Ad. 1. De leerkracht; De leerkracht kan het gemakkelijkst eerst zijn eigen rol onder de loep nemen. De leerkracht kan natuurlijk de "schuld" van de slechte concentratie bij een kind neerleggen, maar dat is niet altijd even eerlijk. De leerkracht kan letten op:
Ad. 2. De leerling; De leerling is in principe wel in staat tot een goede concentratie, maar niet op het moment:
Ad. 3. De leerstof; De leerkracht kan de manier waarop de leerstof geordend is onderzoeken:
Ad. 4. De omgeving; In de omgeving kunnen veel afleidende prikkels zijn:
|
| Concentratiestoornissen |
|
Bij een concentratiebelemmering bezit de leerling de voor
de taak vereiste concentratievorm wel, maar kan die op dat moment om wat
voor reden niet goed gebruiken.
Bij een concentratiestoornis is de vereiste vorm van concentratie niet goed ontwikkeld. De leerling is daarom niet in staat zich op de juiste manier te concentreren. De concentratiestoornissen zijn in drie groepen te verdelen:
Ad. 1. Onvoldoende aandachtsduur; Veel leerkrachten klagen er regelmatig over, dat
leerlingen zich zo kort kunnen concentreren. De vraag is dan direct: wat
is een normale aandachtsduur of spanningsboog? Bij de beantwoording van
deze vraag wordt onderscheid gemaakt tussen vrijwillige en gedwongen
concentratie. Onder vrijwillige concentratie wordt verstaan een door het
kind zelfgekozen activiteit. Een kind kan zich dan zeer lang
concentreren.
Voor een "normaal" kind betekenen deze tijden dat hij gedurende die periode weinig vatbaar is voor andere prikkels. Pas tegen het eind van die periode wordt de concentratie op het werk minder en kunnen andere prikkels belangrijker worden. Het verschil in duur tussen vrijwillige en gedwongen concentratie is regelmatig de reden waarom ouders vaak niet begrijpen dat de leerkracht klaagt over de concentratie van hun kind ("hij kan uren met lego spelen.") Ad. 2. Afleidbaarheid; Ad. 3. Inefficiënt werken;
Er wordt van inefficiënt werken gesproken indien de leerling niet de juiste concentratievorm vindt. Hij gebruikt ongeacht de taakstatus dezelfde concentratievorm. Deze kan zijn:
|
| Aanpak concentratieproblemen |
|
Het werken met kinderen met concentratiestoornissen in de
klas is moeilijk. Voortdurend presteert de
leerling onder zijn vermogen. Bij de omgang met een dergelijk leerling
moet de leerkracht de goede concentratievorm vinden.
Dit betekent:
|
| Concentratieoefeningen |
|
Bij de hulpverlening wordt gauw gevraagd naar specifieke
concentratieoefeningen. Dit zijn vaak speelse activiteiten. De waarde
van aparte oefeningen is vaak beperkt. Concentratieoefeningen moeten zo
dicht mogelijk aansluiten bij het werk in de klas.
Gedragsmodificatie: Cognitieve gedragsmodificatie: |
| Conclusie |
|
Het antwoord op de vraag aan het begin van deze
pagina is moeilijk te geven.
Enkele punten:
|
| Literatuur - bron |
|
|
|
Ortho Pedagogisch Didactisch Centrum Zuidoost Drenthe 2010 | Disclaimer |
|
|