Wat is ADHD?   
Symptomen
Kenmerken
Diagnostiek
Aanpak
Literatuur

  ADHD

        


Wat is ADHD ?

ADHD is de afkorting van Attention Deficit Hyperactivity Disorder. In het Nederlands spreken we van aandachts- en concentratieproblemen, impulsiviteit en overbeweeglijkheid. ADHD is aangeboren maar hoe ADHD precies ontstaat, is nog steeds niet duidelijk. De onderzoeken hier naar zijn volop in gang. Wel zijn er steeds meer aanwijzingen dat er bij dit soort, gedragsstoornissen iets mis gaat in de hersenschors in het gebied achter het voorhoofd (frontale cortex). Hier worden de plannende functies geregeld. Kortweg komt het erop neer dat bepaalde informatie door de hersenen anders wordt verwerkt.

ADHD-ers interpreteren reacties van hun omgeving verkeerd.

Ze hebben moeite met organiseren en plannen. Ze kunnen hun aandacht niet lang genoeg op een prikkel richten en ze kunnen moeilijk onbelangrijke prikkels van buitenaf negeren. Deze kinderen doen eerst voordat ze denken, ze hebben geen rem, zijn snel opgewonden, gefrustreerd en chaotisch. Ze hebben te veel ongerichte energie.

Kinderen met ADHD hebben een aantal ontwikkelingsproblemen, zoals taalontwikkelingsstoornissen, vertraagde motorische ontwikkeling en een laag geboortegewicht. Dit duidt op problemen met de rijping van het centraal zenuwstelsel.

De probleemgedragingen vallen minder op als de situatie zeer gestructureerd is, het kind iets doet wat nieuw is of hem erg interesseert, en als hij zich in een op een situatie bevindt.

Terug naar begin van deze pagina.

Symptomen

Als zes of meer van de volgende symptomen langer dan zes maanden aanwezig zijn – in een mate die niet past bij het ontwikkelingsniveau – is ADHD een mogelijkheid:

  • achteloos fouten maken in bijvoorbeeld schoolwerk

  • heeft moeite de aandacht bij de taak te houden,

  • lijkt vaak niet te luisteren als het wordt aangesproken

  • volgt aanwijzingen niet op, maakt taken niet af

  • heeft moeite met het organiseren van taken

  • raakt vaak dingen kwijt

  • vermijdt taken die langdurige geestelijke inspanning vereisen,

  • wordt gemakkelijk afgeleid,

  •  is vergeetachtig.

Daarnaast zijn in dezelfde periode zes of meer van de volgende symptomen vereist:

  • is onrustig en gespannen, friemelt voortdurend, kan moeilijk stil blijven zitten, 

  • slaapt vaak onrustig

  •  staat vaak waar zitten wordt verwacht,

  • kan moeilijk rustig spelen,

  • draaft maar door,

  • praat aan een stuk door

  •  gooit antwoorden eruit voordat de vraag is afgerond,

  • heeft moeite met op zijn beurt te wachten,

  • onderbreekt of verstoort bezigheden of gesprekken van anderen.

Terug naar begin van deze pagina.

Kenmerken

Kenmerken van ADHD volgens de criteria van de DSM-IV.

Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit.

 1. Aandachtstekort: zes (of meer) van de volgende symptomen van aandachtstekort zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau:

  • slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in schoolwerk, werk bij andere activiteiten;

  • heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden;

  • lijkt vaak niet te luisteren als hij direct aangesproken wordt;

  • volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in schoolwerk, karweitjes af te maken of verplichtingen op het werk na te komen (niet het gevolg van oppositioneel gedrag of van het onvermogen om aanwijzigen te begrijpen)

  • heeft vaak moeite met organiseren van taken en activiteiten;

  • vermijdt vaak, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken die een aanhoudende aandacht (langdurige geestelijke inspanning) vereisen (zoals schoolwerk);

  • raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden (bijvoorbeeld speelgoed, huiswerk, potloden, boeken of gereedschap);

  • wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels;

  •  is vaak vergeetachtig in zijn doen en laten (bij dagelijkse bezigheden).

2.  Hyperactiviteit-Impulsiviteit: zes (of meer) van de volgende symptomen van aandachtstekort zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau:

Hyperactiviteit

  • zit vaak met de handen te friemelen, met de voeten te schuiven en op zijn stoel te wiebelen of draaien;

  •  staat zo maar op ( bijvoorbeeld in de klas of in andere situaties), terwijl van het kind verwacht wordt dat het blijft zitten

  • rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is ( bij adolescenten) of volwassenen kan dit beperkt blijven tot subjectieve gevoelens van rusteloosheid;

  • heeft vaak moeite rustig mee te spelen of aan vrijetijdsactiviteiten deel te nemen;

  •  is vaak “in de weer” of “draaft maar door”;

  • praat vaak aan een stuk door.

Impulsiviteit (gooit het antwoord er vaak al uit voor de vraag helemaal is gesteld)

  • kan dikwijls niet op zijn beurt wachten, in een winkel, bij sport of spel of in groepssituaties;

  • verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op.

Bijkomende criteria zijn, dat ADHD niet later dan op de leeftijd van zeven jaar is begonnen, dat de symptomen in twee of meer situaties dienen op te treden (bijvoorbeeld thuis, op school, op het werk of de sportvereniging), dat de stoornis veel leed en beperking in het sociale, schoolse of beroepsmatig functioneren veroorzaakt en dat er geen sprake is van een zwaarder diagnose zoals pervasieve ontwikkelingsstoornis, psychose of manie (Koster van Goos, 1998).

Terug naar begin van deze pagina.

Diagnostiek

Diagnostiek of diagnose stellen, dat wil zeggen het vaststellen van de stoornis: Een goede diagnostische procedure bestaat uit:
Een informatief gesprek met de ouders (of andere primaire verzorgers) over de levensloop en klachtgedrag van het kind. Daarnaast een lichamelijk onderzoek van het kind, aangevuld met een eventueel psychiatrisch en / of psychologisch onderzoek. Tevens behoort er informatie te worden ingewonnen bij derden zoals bijvoorbeeld de leerkracht, mentor en huisarts. Ter ondersteuning kunnen gestandaardiseerde vragenlijsten gebruikt worden, die gebaseerd zijn op de criteria van de DSM-IV, maar ook meer algemene vragenlijsten, zoals de CBCL (Child Behavior Checklist), waarvan een ouder-, leerkracht- en kindversie van bestaan.  

CBCL zijn vragenlijsten, waarmee vele problemen redelijk betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Onder de vragen bevinden zich op het eerste gezicht hele vreemde vragen; ze vragen of jouw kind zulke gedragingen niet heeft. Toch is het helaas zo dat er kinderen dit probleemgedrag vertonen. Je hoeft hier dus niet van te schrikken. Je vult hierbij gewoon in dat het gedrag niet voorkomt. Deze lijsten zijn gemaakt op basis van uitgebreide onderzoeken bij vele kinderen.

Een gesprek over levensloop bevat het zwangerschapsverloop, de geboorte, eerste jaar huilen, eten, drinken en slapen. Verdere opgroeien.   Motorische ontwikkeling, spraak/taal ontwikkeling, zindelijkheid, sociale ontwikkeling (vriendschappen en vrijetijdsbesteding). Daarnaast wordt er uitgebreid geïnformeerd naar het klachtgedrag en wat er wel goed gaat. Dus, wat de ouders zien als problemen bij het kind, waar ze zich zorgen over maken en wat er goed gaat met het kind. Daarnaast kan er informatie ingewonnen worden over broertjes en zusjes en eventuele stoornissen in de familie.

Als aanvulling kan er een psychologisch onderzoek plaatsvinden. Hierbij wordt de intelligentie bepaald door middel van een test. Daarnaast kan er aandacht worden besteed aan de aandacht, planning en organisatie van het gedrag, geheugenstrategieën en –capaciteit. Ook een gezinsonderzoek, fysiotherapeutisch – en logopedisch onderzoek behoren tot de mogelijkheden. Bij een ernstige vorm van de stoornis is het onderzoek dus vaak multidisciplinair. Diverse hulpverleners zijn dus bij dit onderzoek betrokken, zoals boven aangegeven welke (F. Boer, e.a.  1999). 

Terug naar begin van deze pagina.

Aanpak

Een samenvatting van de praktische aanwijzingen voor de beste aanpak van kinderen met ADHD.

  • Zie toe op medicatie-inname, het meest gebruikte medicijn is Ritalin.

  • Medicijnen werken in zeventig procent van de gevallen krachtig, weliswaar met een korte termijneffect. Het is het meest effectieve middel.

  • Blijf voorstructureren, herhaal steeds regels en afspraken.

  • Geef korte en duidelijke opdrachten. Zorg voor voldoende prikkelende, uitdagende lesstof, anders verslapt zijn aandacht gemakkelijk.

  • Zie de onmacht, ADHD is een ontwikkelingsstoornis van het remsysteem. Daarom zijn er voor deze kinderen meer en sterkere bekrachtigers nodigt. Reageer steeds snel en effectief zowel op gewenst als ongewenst gedrag.

  • Blijf het positieve, pittige, energierijke, vertederende kind achter de druktemaker te zien.

  • Verbeter de zelfcontrole door het aanleren van de stop-denk-doe methode; eerst nadenken voordat je iets zegt of doet.

  • De beste combinatie is altijd een meersporenbeleid: gericht op het kind (regelmatig medicijn inname, zelfcontroletechnieken aanleren), op de leerkracht en op ouderbegeleiding (gedragstherapeutische technieken aanleren.)

  • Stel gewoon vriendelijk maar strikt wat het kind moet doen. Laat je niet tot discussies verleiden, verbaliseer niet te veel. 

Terug naar begin van deze pagina.

Literatuur

  • Balans
    Landelijke vereniging voor ontwikkelings- gedrags- en leerproblemen
    Bussum

  • M. F. Delfos
    Een vreemde wereld
    SWP

  • Internet: www.autisme-nva.nl

  • T. van Lieshout
    Pedagogische adviezen voor speciale kinderen
    Bohn Staflen van Loghum
    Houten / Diegen 2002

Terug naar begin van deze pagina.


Ortho Pedagogisch Didactisch Centrum  Zuidoost Drenthe  2010   |   Disclaimer